Wat is vet en waarvoor dient het in het lichaam?

Vetten oftewel lipiden bestaan uit een aanéenschakeling van vetzuren. In ons lichaam komende volgende vetten voor: triglyceriden, fosfolipiden en cholesterol. Triglyceriden worden in de vetcellen en in de spieren opgeslagen en worden in rust en bij inspanning met een lage intensiteit als brandstof gebruikt. Vet heeft ook een beschermende functie. De vitale organen worden beschermd door een laagje vet en ons lichaam wordt door een laagje vet geïsoleerd tegen de kou. Vet heeft ook een functie bij de opname van de in vet oplosbare vitamines A, D, E en K. Het lichaam breekt de aangeboden vetten af tot vetzuren. Sommige vetzuren kunnen niet door het lichaam worden gemaakt en moeten via de voeding worden opgenomen. Deze worden daarom ook de essentiële vetzuren genoemd. Vetten kunnen onbeperkt in het lichaam worden opgeslagen. Een te hoog vetpercentage vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Met name de meervoudig verzadigde vetzuren blijken het bloedcholesterolgehalte te verhogen. Deze komen vooral voor in dierlijke vetten. De meervoudige onverzadigde vetzuren blijken juist het bloedcholesterolgehalte te verlagen. Deze komen vooral voor in plantaardige vetten.