Wat zijn koolhydraten?

Koolhydraten zijn de verzamelnaam voor suikers, zetmeel en vezels en zijn de belangrijkste energiebron van het lichaam. Koolhydraten bestaan uit enkelvoudige, tweevoudige en meervoudige suikers. ENKELVOUDIGE KOOLHYDRATEN: Monosachariden, deze komen voor in snoep, vruchtensappen, jam en honing. TWEEVOUDIGE KOOLHYDRATEN: Disachariden, deze komen o.a. voor in gewone suiker. MEERVOUDIGE KOOLHYDRATEN: Oligosachariden zijn een afbraakproduct van zetmeel en dextrines, komen voor in vulmiddel, peulvruchten enz. Polysachariden zijn vezels en zetmeel, komen voor in granen, rijst, peulvruchten enz. Koolhydraten worden in ons lichaam opgeslagen in de vorm van glycogeen in de lever en in de spieren. De hoeveelheid glycogeen bedraagt normaal gesproken ongeveer 400 gram. Dit is goed voor 1600 kcal aan energie. Door te trainen kan deze hoeveelheid verdubbelen naar 800 gram. Vooral voor duursporters is het belangrijk om zoveel mogelijk glycogeen op te slaan in het lichaam. Wanneer de hoeveelheid spierglycogeen uitgeput raakt, daalt het prestatievermogen met 50%. De voorraad spierglycogeen zal na 1 tot 1,5 uur uitgeput zijn. Glycogeen-uitputting vindt lokaal plaats, dus in die spieren die actief zijn. Om na uitputting de voorraad zo snel mogelijk weer aan te vullen, moet binnen 2 uur koolhydraatrijke voeding opgenomen worden.